Pronkbonen kweken

Lekker eten uit de tuin met Pronkbonen!

Pronkbonen hebben elegante bloemen die zo mooi zijn en zo heerlijk geuren dat dat alleen al en reden is om pronkbonen te zaaien, In jonge groei zijn de bonen heerlijk mals en groen. Gekookt zijn ze een delicatesse. Maar het mooiste komt nog. De bonen die je vergeet te plukken kun je pellen en dan komen onwaarschijnlijk mooie kleuren je tegemoet. Roze en blauw paarse spikkels. of pik zwart van de pronkers met een oranje bloem. Deze bonen laat je rijpen, in september drogen en de hele winter geniet je nog een keer van de schoonheid van je pronkers. Dat is 3 keer genieten van een plant.

Een andere naam voor Pronkbonen is Boerentenen.

Geschiedenis van de Pronkboon

Phaseolus coccineus ´Goliath´ is een Spaanse pronkboon met opvallende rode of zalmroze bloemen. Deze pronkboon produceert 30-40 cm lange peulen die goed eetbaar zijn als snijboon of in hun jong stadium in stukjes gesneden.

Phaseolus coccineus, stamt uit Zuid-Amerika. De peulen kunnen in een jong stadium als snijboon worden gegeten. De grote zaden kunnen in salades worden verwerkt. De boon kan worden gebruikt als surrogaat voor gezoet van koek- en taartvullingen. Er zijn rassen met witte en donker gevlamde zaden die respectievelijk wit en rood bloeien. Pronkbonen dienen vaak als windschut voor andere stokbonen.

Zaaien

Met het zaaien kan eind april of begin mei worden begonnen. Er wordt rechtstreeks in de grond gezaaid. Bij een temperatuur van 20° C kiemt het zaad snel, maar een dergelijk hoge temperatuur is voor het kiemen niet noodzakelijk. Bij het ter plaatse zaaien in de vollegrond , worden er maximaal 3 à 4 zaden per stok gelegd en bij de teelt aan touwen 2 zaden op 20 à 25 cm. Door het gedurende één nacht voorweken in lauw water, kan de kieming eveneens worden versneld.

Pronkboon verdraagt iets meer kou dan andere bonen en kan dus begin mei worden gezaaid.

Bemesting

Een humusrijke bodem en een beschutte ligging genieten de voorkeur voor het telen van pronkbonen. De Pronkboon groeit bij mij op Savel, dit is een combinatie van klei en zand. Een keer per jaar bemest ik de tuin met mest van de biologische boer en dat gaat prima.

Vanaf een groeilengte van 20 cm kunnen de bonen licht worden aangeaard. De grond dient te worden los gehouden en vrij van onkruid te blijven. Vooral bij het begin van de bloei moet de vochtvoorziening goed zijn. Bij aanhouden de droogte vallen de jonge peulen af. Ook een gebrek aan voedingsstoffen kan het afvallen van de bloemen en jonge peulen veroorzaken.

Leiden

Voor de teelt aan draad en touw worden er meestal grote houten palen gebruikt, die ca. 50 cm diep in de grond worden geslagen op een afstand van 3 tot 5 meter. De bovenkant van de palen moet nog net met de hand kunnen worden bereikt. 15 cm boven de grond, alsmede aan de bovenkant van de palen brengt u twee horizontaal lopende ijzerdraden aan. Tussen deze draden worden de touwtjes gespannen. Langs deze touwtjes slingeren de planten zich omhoog. De eindpalen moeten stevig worden verankerd, om doorhangen te voorkomen.

Af en toe moeten de planten bij het klimmen worden geholpen. U dient de ranken altijd linksom in het touw te draaien, dus tegen de zon in.

Oogsten

In een onvolgroeide groene toestand worden de peulen geoogst. In een later stadium wordt er een perkamentachtig vlies in de peul gevormd, dat niet gaar kookt. Voor de teelt van rijp zaad moet u wachten tot eind september. De droge peulen kunnen in één- of twee keer worden geoogst. Direct dorsen is niet noodzakelijk, u kunt de zaden vrij lang in de peulen bewaren. Het gedroogde zaad wordt vervolgens in papieren of linnen zakjes op een droge en vrij koele plaats bewaard.

Ziekten en plagen

Vetvlekken, bonenroest, bladluizen, bonenvlieg, stambonenkever. (Ik heb nog nooit een beestje gezien in de pronkbonen).

Vruchtafwisseling

Bonen is de verzamelnaam van een groep vlinderbloemigen die de eigenschap heeft om in eigen stikstofbehoefte te voorzien en zelfs nog een overschot daarvan in de bodem na te laten. Plant daarom NOOIT tweemaal bonen op dezelfde plaats! Mits men zorgt voor een goede structuur in de grond, die vooral verkregen wordt door goed diep losspitten, en een goede vochthoudende eigenschap van de grond, door compost of turf door te spitten, kan men op iedere grond met succes bonen verbouwen.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*